Fietsvakantie-hulp

Wat u in ieder geval moet weten als u met fietsvakantie gaat :

Voor wie op een andere manier op vakantie wil, geen last wil hebben van files en niet afhankelijk wil zijn van dienstregelingen is een fietsvakantie een ontspannen manier van op reis gaan. Bovendien ben je ook nog sportief en gezond bezig en minder belastend voor de natuur. Natuurlijk moet je zo’n vakantie wel goed voorbereiden.  Op deze pagina vind je dan ook verschillende tips voor een fietsvakantie.

fietsroutes met kinderen buitenlands heuvels, dagplanning eten & drinken
de fiets tassen bagage gereedschap

Fietsroutes
Is het niet te moeilijk, hoe vind ik een leuke route ..... ? Er zijn ontzettend veel fietsroutes, zeker in Nederland en België. In grote delen van Europa is het fietstoerisme echter nauwelijks ontwikkeld. Wie daar met een autokaart op pad gaat zal misschien de kortste weg vinden, maar geen mooie en -vooral- veiliger binnenwegen. Vandaar dat wij als vrijwilligersclub Europese fietsroutes hebben ontwikkeld.  Van al onze routes zijn fietsrouteboekjes gemaakt met overzichtelijke kaartjes , waarbij hoge kwaliteit en actualiteit de kenmerken zijn . Zo'n route volgt bovendien de mooiste weggetjes. Die vind je niet zomaar.
 
Andere fietsroutes zijn er genoeg - ook in het Nederlands...ook daarvoor bent u op deze site aan het goede adres. Naast de eigen routeuitgaven helpen we u met het beoordelen en actueel houden van steeds meer andere routes  [zie FietsWeb ©]. 

Wij - de Europafietsers- zijn gespecialiseerd in Europese routes; de Fietsersbond geeft gestructureerde actuele informatie over Nederland en de  Wereldfietser  over de rest van de wereld.

Fietsen met kinderen   naar boven
Bij onze routes geven we aan of deze geschikt zijn om te fietsen met kinderen. Als de kinderen zelfstandig fietsen (vanaf een jaar of 10) ligt de beperking zelden in hun conditie, maar vooral in verkeersinzicht en interesse. Maak korte(re) dagetappes: het plannen van overnachtingen vraagt dan extra aandacht.  Kinderen in een aanhanger eist een prima conditie van de trekker, heuvels worden dan erg zwaar. Bekijk vooral  fietsenmetkinderen

Fietsen in het buitenland   naar boven
In het buitenland is het verkeer niet gewend aan fietsers, hou daar rekening mee (overigens de Nederlandse automobilist is voor fietsers agressiever dan Franse of Duitse, waar hogere straffen gelden voor fietsongelukken)
Overal wordt gewerkt aan fietsvriendelijke routes, fietsstroken en fietspaden. Echter: vaak moet je op het voetpad (voetgangers!) inclusief de stoeprandjes die bij een voetpad horen...
In veel steden is éénrichtingverkeer. Dat geldt óók voor fietsers ! 
Fietsenmakers zijn vaak gericht op mountainbikes en racefietsen: specifieke onderdelen voor jouw vakantiefiets zijn er niet altijd.

Dagplanning, Heuvels en bergen  naar boven
Een redelijke lichamelijke conditie is nodig. Dat kan door langzaam opbouwen tijdens de tocht, maar beter is  met wat kortere tochten conditie en weerstand (zadelpijn) te verkrijgen.

Dag-kilometers
( tussen de 50 en 90 km) worden door veel beginners als bepalend gezien. Dat is niet zo: wél het aantal uren in het zadel : een uur of 4 is minimaal; een goede norm is 5,5 uur.
Op vakantie neem je bagage mee: je fiets is (veel) zwaarder en stuurt anders: maak de oefentocht(en) met bagage. Met bagage drukken niet-geasfalteerde wegen het tempo: zelfs op vlakke wegen, ben je een half tot een heel uur langer onderweg.
Kalm beginnen is het beste advies is . Onze routes kennen geen etappes, dus de dagafstand bepaalt u zelf : wie na een paar dagen echt een rustdag nodig heeft, is overmoedig geweest en te hard van start gegaan.
Warmte: neem bij echt heet weer tussen de middag een lange pauze of start vroeg en stop aan het begin van de middag.

Heuvels en bergen
:
Anders dan in Nederland moet je in het buitenland altijd wel een beetje klimmen. Zelfs routes langs rivieren hebben korte hellingen.
Hoogteprofielen (in onze routeboekjes) geven een indruk van de zwaarte. De gemiddelde fietser kan 400 meter klimmen in 1 uur:
tot 5 klimmeters per km. : gemakkelijk ->  ½ uur extra 
5 tot 10 klimmeters per km.: gemiddeld  -> 1 een uur extra
meer dan 10 klimmeters per km.: zwaarder -> tot 2 uur extra .
De totale klim per heuvel is mede maatgevend; echter een "wasbord" landschap waarbij je steeds 50 meter omhoog gaat en daarna weer 50 omlaag, kan zwaarder zijn dan een hoge col ... 
[Voorbeeld: dagetappe 70 km met 7 klimmeters per km.: ~500 meter klimmen. Dat wordt dus ruim één uur klimmen! De etappe zal zo’n 5 uur duren; in het vlakke land waarschijnlijk in 4 uur;  onbepakt op mooie wegen in 3,5 uur]
Kalm klimmen is zeer belangrijk. Een heuvelhelling is totaal anders dan even over een brug, die je met een vaartje neemt:  bij klimwerk is het essentieel, dat je niet buiten adem raakt.  Hijgend, met stotende adem boven komen is foute boel.   Met klein verzet heel rustig omhoog en niet buiten adem raken!

Eten en drinken onderweg   naar boven
Goed eten is van groot belang: met een hongergevoel kan men niet fietsen, je krijgt dan “pap” in de benen. Wie zich inspant heeft voedsel nodig dat rijk is aan koolhydraten: graan, bonen, pasta en aardappelen. En niet te vergeten: bananen, het favoriete fietsvoer van de Engelse lange-afstandfietsster Josey Dew. Wie ooit een boek van haar heeft gelezen, weet dat ze onderweg (bijna) niets anders eet dan bananen.
De ‘man met de hamer’ kan het best op afstand gehouden worden door regelmatig te eten en te drinken. Om dode punten te verhelpen zijn chocola, druivensuiker, zoute pinda’s, vijgen, rozijnen, noten en cruesli prima hulpjes. Een paar mueslirepen in een ongebruikt hoekje van de fietstas hebben menige fietser uit de brand geholpen.
Is het warm weer, let dan op aanvulling van mineralen en zout, je verliest veel door transpiratie. Vergeet onderweg niet groenten en fruit te eten, want ook een portie vitaminen is hard nodig. In veel landen is een stevige warme maaltijd als lunch vrij gebruikelijk, maar voor de fietser wellicht weer wat te veel van het goede. Vaak bieden bakkers of lunchrooms met taartjes een lekker en krachtig alternatief.
Neem voldoende te drinken mee voor onderweg. Al fietsend verliest men ongemerkt de nodige liters vocht die weer aangevuld moeten worden. Een paar grote bidonhouders op de fiets is geen overbodige luxe. Leidingwater is in Europa meestal van goede kwaliteit en het is zelden nodig om water in flessen aan te schaffen en daardoor bij te dragen aan nog meer ‘petflessenafval’. Niet vergeten voor vertrek te vullen (camping, hotel of elders) en tap onderweg bij in een café of zonodig bij particulieren. Je kunt de smaak van het lauwwarme bidonwater wat verbeteren door er een citroen in uit te knijpen of wat druivensuiker toe te voegen. Let op bij gebruik van minerale drankjes in de bidon: je krijgt bij warmte snel schimmelvorming.

Fiets     naar boven
Om gedurende een aantal weken met een fiets en je hele hebben en houden rond te trekken moet die fiets aan een aantal basiseisen voldoen. 

Frame
moet stevig en stabiel zijn. Randonneur- trekking- en toerframes of hybrides voldoen beter dan een raceframe. Belangrijk zijn de framemaat en afstelling, aan te passen aan lichaamsbouw en beenlengte. Vering in voor- en/of achtervork is zelden handig: kwetsbaar, in het buitenland moeilijk te repareren, en in combinatie met bagage ontstaat vaak energieverlies door een hinderlijke cadans.

Zadel
: Herenzadels zijn smaller dan dameszadels: een essentieel verschil voor een goede zit. De vertrouwde leren zadels zijn, mits ingereden, populair bij vakantiefietsers: deze vormen zich naar het achterwerk, ademen en zijn in veerkracht nastelbaar. Gelzadels lijken zacht, maar geven vaak een verkeerde gewichtsverdeling waardoor zenuwbanen in de knel komen. Kleine gelkussentjes met daartussen een verlaging zijn vaak beter. Breedte en vering moeten afgestemd worden op de maat van het zitvlak en het gewicht van de berijder.

Bagagedragers
zijn belangrijk voor de stabiele loop van de fiets. Goede achterdragers zijn licht en hebben aan beide zijden drie poten. Lage voordragers (“low riders”) aan de voorvork zijn aan te bevelen voor een goede verdeling van het gewicht. Hoe lager het zwaartepunt, des te gemakkelijker het stuurt. Zorg er voor op dat de uiteinden van de as de tassen niet beschadigen.

Stuur
: Voor langere tochten zijn rechte mountainbike sturen ongeschikt. De eenzijdige houding veroorzaakt op den duur kramp in handen en ellebogen. Door opzetstukken (‘bar-ends’) te gebruiken wordt meer afwisseling in houding mogelijk. Een ‘vlinderstuur’ met foambekleding voldoet daarom beter. Met een racestuur zit je meer voorover: minder luchtweerstand, maar je ziet doorgaans minder van je omgeving. Kwestie van smaak. Vering in het stuur lijkt mooi, maar is met een stuurtas zelden effectief. Een goed zijspiegeltje is uit veiligheidsoverwegingen aan te bevelen.

Remmen
: Terugtrapremmen en trommelremmen zijn niet veilig in heuvelachtig landschap. Bij lange afdalingen lopen ze warm en begeven het. Velg- of schijfremmen zijn dan de enige mogelijkheid. Merk op dat bij nat weer de remweg verdubbelt, omdat het blokje eerst het water moet wegdrukken. Goede, nieuwe remblokjes gaan een lange vakantiereis mee zonder dat je er naar hoeft om te kijken.

Velgen
: Controleer voor vertrek de spaken (of vraag de fietsenwinkel) en bekijk of de velgwand niet (bijna) is doorgesleten. Gebruik solide toervelgen in plaats van de smalle holle racevelgen.

Banden
: De route gaat soms over stukken onverharde weg, waarbij smallere banden minder comfortabel zijn. We adviseren een bandbreedte van 37 mm (eventueel 32 mm met lichte bepakking). Een brekerlaag van bijvoorbeeld Kevlar helpt goed tegen lekrijden.

Versnellingen
: Bij korte maar felle klimmetjes is een klein verzet (met de mogelijkheid van minstens 1:1) aan te bevelen. Een goede derailleur van 3x8 of 3x9 versnellingen is tegenwoordig standaard. Let op: méér versnellingen achter betekent een smallere (zwakkere) ketting en minder zijwaartse sterkte van het achterwiel. Er zijn ook toerfietsen te koop met een geïntegreerde versnellingsnaaf met 7 of meer versnellingen. Ze zijn simpel in gebruik en vergen bijna geen onderhoud. Deze voldoen goed op de wat vlakkere routes en bij kortere hellingen. De Rohloff naaf met 14 versnellingen verenigt beide voordelen in één: een goed verzet (ook voor bergbeklimming) en weinig onderhoud. naar boven

Pedalen
met een vlak plateau zijn voor een fietsvakantie ideaal. Hierop kan met gewone sport- of wandelschoenen met een stevige zool gefietst worden. Toeclips (niet te vast aantrekken) zijn handig, maar klikpedalen zoals bij racefietsen vereisen wel ervaring en speciale schoenen.

Fietscomputer
  geeft o.a. snelheid, tijd, en afgelegde afstand aan. Dit laatste is handig bij het volgen van de navigatietekst. Tevoren wel nagaan of de juiste afstand wordt weergegeven. Dat is bijvoorbeeld te controleren met de hectometerpaaltjes langs provinciale wegen. Doe die controle wel met bagage en harde banden, dat beïnvloedt de wielomtrek.

Fietsverlichting
is in het voor- en naseizoen onontbeerlijk. Er zijn zelden tunnels in onze routes. LED-lampjes zijn licht en verbruiken weinig stroom.

[Voor wie het (las)naadje van de kous wil weten, zijn er overigens voldoende boeken over fietstechniek te vinden]

Tassen   naar boven
Soort:  zogenaamde drie-in-een-achtertassen zijn af te raden: onhandig en zwak op de naden. Beter  zijn losse tassen met een clicksysteem. Low rijders vóór met dito tassen -mits goede- zorgen voor verdeling gewicht en stabiliteit. Bezuinig niet bij de aankoop van fietstassen, daar krijgt u spijt van.  

Let op
:  beveiliging tegen losspringen op hobbelige wegen. Ophanghaakjes zijn vaak zwak: neem reserves mee. De combinatie tas-bagagedrager  moet de hielen voldoende ruimte geven bij het fietsen.

Waterdicht
 zijn de meeste tassen niet geheel. Gebruik daarom plastic (druk)binnenzakken, dat helpt ook bij de organisatie binnen de tas.

Belading
: evenwicht tussen links en rechts - ook met boodschappen! Verdeling gewicht voor/achter ergens tussen 25/75 en 40/60 . Zwaarste spullen onderin.  Stop heel weinig in een stuurtas (of koop er geen) : geeft anders stabiliteitsproblemen.

Kaarten
of routeboekje in het kaartvak of in extra waterdichte plastic zak met klitteband bovenop de voordrager. Neem reservezakken mee.

Bagage     naar boven
De gulden regel is “Alles wat je thuis laat is meegenomen”. Zeker in Europa is 'dichtbij' bijna alles te koop. Bekijk 'reserve'-zaken kritisch.  Voorkom doublures tussen reisgenoten; Verdeel gezamenlijkheden.
Zelf koken zorgt voor veel extra bagage; kamperen nog meer. Beide kosten ook veel tijd. Weeg dat af tegen uw logiesbudget en reistijd.
Dit alles zou moeten resulteren in een 10-15kg als basis en bij kamperen 10kg extra.

Kleding
: drie dunne kledinglagen zijn praktischer en veel lichter dan een dikke trui.  Katoen is sterk af te raden: blijft nat en koelt je af. Thermo onderkleding is uitstekend tegen zowel warmte als tegen kou en neemt weinig plaats in. Een fiets(onder)broek met kunstzeem (snel droog) is voor lange tochten onmisbaar. Neem een reservebroek mee en was ze iedere dag uit (infectiegevaar). Een lange fietsbroek of maillot zonder zeem is praktisch tegen de kou en de regen (snel droog). Een sweater of fleecetrui tegen de kou is vooral in de vroege ochtend of avond van belang. Draag altijd een petje en zonnebril bij zonnig weer.

Regen
: een ademend regenjack is aan te raden, beslist geen dikke jassen meenemen. Een regenbroek fietst onplezierig, ‘halve pijpen’ die alleen de bovenbenen afschermen voldoen goed; boven de 12 graden zijn blote benen beter. Neem voor natte dagen altijd wat extra kleding mee. Regenschoentjes of plastic zakken over de schoenen voorkomen natte schoenen. .

Zon:
neem bij felle zon voldoende maatregelen om een zonnesteek of  gevaarlijk verbranden tegen te gaan: zonnecrème, hoofd- en armbedekking.

Fietshelm
: eigenlijk altijd aan te bevelen , maar vooral in de bergen of wanneer men in groepen rijdt. Draag anders altijd een petje bij zonnig weer.

Medicamenten
: Met spuithuid, pleisters, betadine, pincet, schaartje, verband, pijnstillers/koortsverlagers (Paracetamol), sporttape, stopmiddel tegen diarree, zinkzalf en zonnebrandcrème (met hoge UV-stralings factor) zijn de meeste behoeften wel gedekt. Voor jeugdherberg of hostel: vergeet de oordopjes niet.

Eten
: Neem voor noodgevallen (gesloten winkels!) altijd wat extra mee, en zorg voor tijdige bevoorrading. Noodrantsoenen zijn licht en gaan lang mee.

Licht
: Koplampje is veel handiger dan zaklamp, de huidige LED-lampjes zijn prima.

Tent
: Echt grammenjagen (zoals wandelkampeerders doen) is niet nodig. Zorg voor voldoende ruimte om ook de fietstassen droog binnen te zetten.

Slaapmatjes
: zelf-opblazende matjes isoleren beter en zijn veel lichter dan een luchtbed. Isolatiematjes met gesloten celstructuur zijn ook goed - en handig bij regen- maar vormen onderweg een onhandige dikke rol.

Kookapparatuur
: Campinggas is in het algemeen wel verkrijgbaar. Denk eraan dat brandstof niet in vliegtuigen vervoerd mag worden.  Gewone lichte aluminium pannetjes zijn prima.  Vul ze op met klein spul.

Gereedschap     naar boven
Controleer geregeld of alles nog vast zit!    
Probeer het gereedschap thuis even uit en laat thuis wat niet nodig is!! 

Zwaar gereedschap
in ieder geval thuis laten. Bahco's zijn langs de weg overal wel te lenen.

Plakspullen
en bandenlichters, binnenband(en), eventueel een buitenband (vouwbanden nemen weinig ruimte in beslag).

Gereedschapsset
: schroevendraaiers, steeksleutels en diverse inbussleutels (ga na welke maten je nodig hebt). Conussleutel: onderweg moeilijk verkrijgbaar: om wielnaaf bij te stellen in geval van speling of vastloper.

Spaken
en een spaaknippelsleutel. (een oprolbare noodspaak: thuis op maat brengen). Geen noodspaak? : met de spaaknippelsleutel
de aanliggende spaken  vast/losdraaien opdat de slag zo ver vermindert dat je er een fietsenmaker mee haalt.

Pignonafnemer
: spaken breken vaak aan de rechterkant. Let er op dat deze werkt met jouw specifieke pignon.

Kettingpons
en reserveschakeltjes. Bij kettingbreuk twee schakeltjes vervangen. Kijk van tevoren of er tandwielen vervangen moeten worden. Een nieuwe ketting functioneert vaak niet op oude tandwielen.

Binnenkabels voor rem en versnelling.

Olie
, in een goed afsluitbaar flaconnetje; al dan niet voorzien van teflon.

Algemene zaken
 : reservemoertjes en boutjes; sporttape: repareert alles wat los zit aan de fiets, maar ook scheurtjes in kleding of tent; tiewraps: nylonstrips.  
Meer hints en tips vind je in de kolom hiernaast.
Naast al onze reguliere werkzaamheden doen we soms iets extra's voor u.

Die zaken bundelen we in deze kolom.

Het loont de moeite zo nu en dan eens te kijken of er iets nieuws bij is....

Op dit ogenblik bieden we aan:
  • Een presentatie voor beginners over vakantiefietsen met allerlei handige informatie.

Dat alles in .pdf of .ppt te downloaden : klik op de links.

Veel plezier !








We zijn ten principale tegen (sluik)reclame op onze website, maar maken even een uitzondering voor het "Grote fietsvakantieboek" van de zeer ervaren Eric Schuijt. Dat geeft de info hiernaast en hierboven op eenzelfde wijze, maar uitgebreider en met de nodige humor en understatements weer...
boek bestellen

© Stichting Europafietsers
Postbus 13002, 3507 LA Utrecht         E-mail : info@fisroutes.nl